‘Bussen haarlak en touperen’

Vandaag zou mijn moeder 74 jaar geworden zijn. Zij was mijn grootste fan en ik weet zeker dat zij dit verhaal, dat ik achteraf over haar geschreven heb, heel mooi gevonden zou hebben. Dit is mijn eerbetoon aan haar.

Wanneer komt Puck weer? Vraagt ze steevast als ik bel. Ze kreeg van mij dan wel geen eigen kleinkinderen, maar wel een hond. Een die met niemand echt rekening houdt als hij buiten loopt, behalve met haar. Zodra ze samen op stap gaan, past hij zijn snelheid aan en sjokt met haar mee naar de visboer, de slager of de dierenwinkel. Onderweg maakt ze een praatje, om daarna weer vol verhalen terug naar huis te gaan. De laatste keer dat mama en ik samen door het dorp lopen om naar café Dries te gaan voor koffie met taart is in februari 2020. Een paar weken voor het virus greep op haar krijgt. We lachen en fantaseren over later. Ze wil met mij mee naar Friesland in het geval papa er niet meer is, en ik daar zou gaan wonen. Maar het loopt anders. Twee dagen voordat ze ziek wordt drinken we nog koffie, via Facetime, met natuurlijk wat lekkers erbij. 

Kliek
“Ik groeide op in een gezin met negen kinderen op een boerderij in Duiven. Het huis had drie slaapkamers: een voor mijn ouders, een voor mijn broers en een voor mij en mijn zussen. Met z’n vieren sliepen we in een bed. Rondom het huis hadden we wat grond. Mijn broers moesten meewerken op het land om koren, aardappelen, wortels en bieten te verbouwen. Allemaal voor eigen gebruik. Er stonden meerdere boerderijen in onze straat en je liep overal in en uit. Je speelde met iedereen, we deden eigenlijk alles samen. Het was één grote kliek. Mijn vader was een harde werker en had een baan als tuinman op landgoed Welleveld, waar voormalig burgemeester van Duiven, baron van Dorth tot Medler, woonde. Toen ik naar de lagere school ging, kreeg ik les van de nonnen. Je had er hele leuke maar ook krengen bij. Studeren was er niet bij, dus na de lagere school ging ik net als alle andere meisjes bij ons uit de buurt naar de huishoudschool. Je leerde er naaien, strijken en poetsen. Ook hier kreeg ik les van de nonnen. Er zat er een die heel vooruitstrevend was, die leerde ons Engels. Iets wat in die tijd nog niet veel voorkwam.” 

Verborgen kleding
“Vanaf mijn 17e ging ik bij de ‘dansmariekes’ om op te treden tijdens carnaval. Een week lang liep het hele dorp uit om in een grote tent feest te vieren. In vol ornaat traden wij avond aan avond op. Prachtig vond ik dat. Ik hield van mooie kleren, maar in die tijd was dat voor ons een luxe. We kwamen niks te kort, maar geld voor mooie kleding was er niet. Met het geld dat ik later zelf verdiende, kocht ik stiekem toch kleding die ik mooi vond, en die hing ik dan onder mijn normale kleding in de kast. Als ik dan met mijn nicht uitging naar de kermis, stopten we die kleding in een tas en verkleedden we ons in de wc. Voor mijn vader was een boothals al te bloot, laat staan dat hij mij in een petticoat zou zien. En natuurlijk moest ons haar goed zitten. Bussen haarlak en maar touperen.” 

Katholiek
“Ik ben katholiek opgevoed, iedere zondag zaten we steevast in de kerk, mijn vader voorin. Naarmate ik ouder werd had ik daar geen zin meer in. Maar thuisblijven was geen optie. Met mijn nicht ging ik naar de kerk, haar vader stond bij de deur en hield in de gaten of we wel naar binnen gingen. Vervolgens liepen we door naar de achterdeur, die op het kerkhof uitkwam, om zo het terrein te verlaten. Dan gingen we op de koffie bij mijn zus Riekie. Haar man kwam later thuis om ons te vertellen wat de pastoor gezegd had. Zo konden we thuis doen alsof we er toch bij geweest waren. In 1966 ontmoette ik Willem, op de Korenmarkt in Arnhem. Mijn ouders zagen hem in eerste instantie helemaal niet zitten; hij was niet gelovig opgevoed, dus kwam hij er niet zomaar in. Daarnaast kwam hij uit de stad. Ze waren bang dat hij niet helemaal bij ons zou passen. Tot een van mijn broers met mijn ouders is gaan praten. Gelukkig wist hij mijn vader te overtuigen, vader was de baas dus ook mijn moeder was om. We hadden vier jaar verkering voor we in 1970 trouwden.” 

Werk
“In die periode heb ik verschillende baantjes gehad, bij een matrassenmaker en het Mantelhuis. Vooral in het Mantelhuis heb ik het erg naar mijn zin gehad. Kleding verkopen ging me erg goed af.  Zo kon ik flink sparen om te kunnen trouwen. In 1972 kregen we onze dochter Claske. Toen zij naar de peuterspeelzaal ging, zochten ze daar een penningmeester, en via die functie werd ik gevraagd om peuterleidster te worden. Ik deed een aantal bijspijkercursussen en zo werd ik een volwaardig peuterleidster. Kinderen waren mijn lust en mijn leven. In de jaren ’70 kwamen er veel Turkse gastarbeiders naar Nederland die hun kind naar de peuterspeelzaal brachten omdat ze moesten integreren. Zowel de ouders als het kind spraken vaak geen woord Nederlands. In een paar weken tijd leerde ik de kinderen de Nederlandse taal en gebruiken. De ouders waren dolblij, in die baan kon ik echt mijn creativiteit kwijt en ik werd gewaardeerd. Tot ik op mijn 56e een hersenbloeding kreeg.”

“In eerste instantie wist niemand of ik het zou halen en al helemaal niet hoe ik hier uit zou komen. De eerste periode stond in het teken van revalidatie. Willem werkte in die tijd nog en moest de zorg voor mij en zijn werk combineren. De rollen werden omgedraaid: ik zorgde niet meer voor hem, maar hij voor mij. Ondanks dat ik veel ben kwijtgeraakt, mijn werk, mijn hobby’s, een deel van mijn sociale leven, hebben we uiteindelijk toch nog 17 hele mooie jaren gehad. Ik genoot van de kleine dingen in het leven, het rondje door het dorp, even een praatje met de buurvrouw, de groenteboer of de bakker. Een kaarsje branden in de kerk of een kaart sturen naar iemand die het nodig had. Lunchen en wandelen in Hemmen, het liefst met Puck erbij. Ik had eigenlijk overal plezier in, keek vrijwel altijd naar de zonnige kant van dingen. Het had voor mij echt nog wel wat langer mogen duren.” 

5 gedachten over “‘Bussen haarlak en touperen’

Voeg uw reactie toe

  1. Lieve Claske, Wat een ontroerend mooi verhaal. Alleen heb je het veel te vroeg moeten schrijven. Over 15-20 jaar was beter geweest. Mijn leven loopt heel erg parallel met dat van haar. Alleen woonde ik in een grote stad en kon studeren. Maar wel zelfde jaar getrouwd, een dochter…. Heel veel sterkte en schrijf nog veel mooie stukjes! Liefs en groetjes , Maria

    Like

  2. Ha Claske,

    Van harte met je moeder, ook al is ze niet meer bij jullie! Wat een mooi levensverhaal, het inspireert me om dat van mijn eigen moeder ook eens op gaan schrijven! 👍😊 Hoe gaat het met jou? En met je vader, die hopelijk beter is geworden?!

    Liefs! Annette. Verstuurd vanaf mijn iPhone

    >

    Like

Laat een reactie achter op Claske Helders Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: