‘Indië heeft mijn blik op de wereld verruimd’

Op een zomerse dag in juli bezoek ik Kees Jansveld (80) in Eindhoven. Hij woont samen met zijn vrouw Trudy in een uit meerdere verdiepingen bestaand appartement, vlakbij het station. In de modern ingerichte woonkamer valt mijn oog direct op de mooie replica van het schilderij ‘De kus’ van Gustav Klimt. We zitten in de tuin, die net als het huis uit meerdere lagen bestaat. Kees is geboren in voormalig Nederlands-Indië, waar zijn ouders allebei als arts in het ziekenhuis werkten. 

Ziekenhuis
“Ik denk dat ik een jaar of drie moet zijn geweest, op de rug van mijn moeder, in het Tobameer. Ook mijn schildpad, die op een dag door de mieren is doodgebeten, is iets wat ik mij nog herinner. Het zijn meer flarden van herinneringen. We woonden toen in een ‘hospitaalhuis’, omdat mijn ouders daar werkten. We hadden ook een baboe, Mina heette ze. Zij heeft mij hoogstwaarschijnlijk vloeiend Maleis en Javaans geleerd. Helaas ben ik dat verleerd. Mijn vader werd ook in Indië geboren, omdat mijn opa en oma in 1905 daarheen vertrokken. Mijn opa werkte als ambtenaar bij de belastingen. Mijn vader ging als jongen van 11 naar kostschool in Nederland, om hier onderwijs te kunnen volgen. Toen mijn moeder net als hij afgestudeerd was als arts, is hij samen met haar teruggegaan. Aanvankelijk als waarnemer, negen maanden later als zelfstandig tropenarts. Vlakbij de rubberplantage van Goodyear stond het ziekenhuis, waar mijn ouders werkten en ik geboren ben. 

Jappenkamp
In maart 1942 vielen de Japanners het land binnen en werden de Europeanen allemaal geïnterneerd in jappenkampen. Maar de ‘Jappen’ hadden zelf geen artsen, waardoor mijn ouders dus gewoon in het hospitaal konden blijven werken. Weliswaar onbetaald. Ze kregen af en toe wat geld toegestopt van Chinezen, in ruil voor medicijnen. Maar drie jaar later, in maart 1945, werden ook alle artsen opgepakt. Mijn vader ging naar een gijzelaarskamp en ik ging met mijn moeder en mijn zusje naar een vrouwenkamp. Er was nauwelijks voedsel en ik had altijd honger. Mijn moeder verstopte haar eten voor mij en at pas als ik sliep. De aanwezigheid van mijn moeder heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat ik aan het kamp geen nare herinneringen heb overgehouden. Alleen aan de periode dat ik diarree had en ik quarantaine moest. De Jappen waren als de dood dat ze besmet zouden raken, dus ik werd in een apart huis met een bed gestopt. Voor mijn gevoel duurde het twee weken. Het moment dat mijn moeder mij in haar blauwe jurk ophaalde, zie ik nog haarscherp voor me.

Bevrijd
Op 15 augustus 1945 zorgde de bom op Hiroshima voor onze bevrijding. Op 20 augustus hoorden we dat we vrij waren. Dat vrij zijn was een relatief goed bericht; de Indonesische vrijheidsstrijders stonden klaar om ons alsnog van het leven te beroven. Toen de Japanners zich overgaven, kregen ze de opdracht om de Europeanen te beschermen. Het klinkt misschien gek, maar dat deden ze dus ook. In Japan werkt het kennelijk zo dat je doet wat de overwinnaar zegt. Want de geallieerden waren in geen velden of wegen te bekennen. We zijn toen heel even teruggegaan naar het huis waar ik geboren ben. Er zat een enorm gat in het dak, dat weet ik nog. De Japanners hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat wij 300 kilometer veilig met de trein naar Medan konden reizen. We woonden in een soort compound, waar we veilig waren en waar ik ook naar school ging. Of nou ja, les kreeg. Aan het einde van het jaar zijn met de M.S. Noordam, een troepentransportschip, naar Amsterdam gevaren. Als je de kraan opendeed kwam er zoutwater uit. 

Reis
In Egypte kwamen we aan wal om spullen te halen. We hadden praktisch niets bij ons; we kregen kleding en ik kreeg schoenen. Ik wist niet eens wat dat waren, had al die jaren op blote voeten rondgelopen. Het eelt onder mijn voeten was zo dik, dat ik over glas kon lopen zonder dat er iets gebeurde. Later voeren we in het donker langs de vuurtorens van Scheveningen, Katwijk en Noordwijk richting Amsterdam. Prachtig vond ik die lichtjes die opdoemden in de duisternis. We trokken tijdelijk bij opa en oma in Noordwijk in. Tot aan de zomer ging daar naar ik de fröbelschool, een soort kleuterschool. In Nederlands-Indië had ik al leren lezen en schrijven, maar hier leerde ik niet zo veel. Nederland was nog aan het bijkomen van de oorlog en die vreselijke hongerwinter. Voor ons verhaal was weinig ruimte. Wij hadden tenslotte niet in de kou gezeten. Thuis spraken wij er ook niet zoveel over. Mijn moeder wilde er na tien uur ’s avonds helemaal niets meer over horen. Dan ging ze erover dromen, zei ze dan. Dat heeft waarschijnlijk te maken met haar eigen ervaringen in het Jappenkamp.

Haagse tijd
Mijn opa was aannemer, beschikte over geld en huizen en kocht in Den Haag voor zeventien duizend gulden een huis voor ons. Na de zomer ging ik naar de lagere school, waar kinderen van verschillende komaf van elkaar gescheiden waren. Mijn moeder vond dat maar niks en stuurde mij naar een Rooms-Katholieke broederschool in het centrum. Hier werd geen onderscheid gemaakt: of je nu de zoon was van een koetsier of van een arbeider, we zaten allemaal bij elkaar in dezelfde klas. Daarna volgde het gymnasium van de paters (Jezuïeten). Het onderwijs was van erg hoog niveau. De leraren waren vaak gepromoveerd en schrijvers van leerboeken. Als kind van twee artsen lag het erg voor de hand dat ik ook ‘medicijnen’ (geneeskunde red.) ging studeren. Op de Radboud Universiteit in Nijmegen waren ze net een nieuwe studie begonnen, dat leek me wel wat, dus ik vertrok uit Den Haag.

Longarts
Op mijn 21e ontmoette ik Trudy. Haar zus deed in Nijmegen een opleiding, waardoor ze vaak bij mij langs kon komen. Dat gebeurde wel stiekem. Haar ouders dachten altijd dat ze bij haar zusje sliep. Na vijf jaar, een jaar voor mijn afstuderen, zijn we getrouwd in Nijmegen. We kregen drie kinderen. Na mijn afstuderen was ik, zonder extra opleiding, bevoegd en bekwaam om als huisarts aan de slag te gaan. Ik deed van alles, zelfs bevallingen. Dat is tegenwoordig ondenkbaar, daar heb je minstens een driejarige opleiding voor nodig. Tijdens mijn opleiding tot internist kwam ik in contact met een longarts die vond dat internisten niets van longziektes begrepen. Vervolgens ging ik bij hem stage lopen, in de longkliniek Dekkerswald, waar ik de opleiding tot longarts heb gevolgd. Na mijn promotie werd ik benoemd in het Catharinaziekenhuis in Eindhoven, waar longartsen ook opgeleid werden. Ik wist toen al dat op mijn zestigste wilde stoppen, het is een zwaar en hectisch beroep.

Terugkeer
In 1992 ben ik nog een keer teruggegaan naar Sumatra. Mijn jongere zusje, dat in Nederland geboren is, wilde graag mee. Ze was de enige in ons gezin die niet echt zelf mee kon praten over alles wat wij hadden meegemaakt. Vooral de geuren riepen bij mij meteen allerlei herinneringen op; het ruikt er door de vruchten veel zoeter. We hebben een van de huizen bezocht waar ik gewoond heb. Ik herinnerde mij de vrachtwagen waarmee we vanuit daar naar het interneringskamp gingen. We reden toen langs een oerwoud, over een lange weg. Maar het oerwoud was inmiddels weg, het landschap was volledig anders. Daarna ben ik niet meer terug geweest. Ik voelde die behoefte ook niet.

Als we het over Nederlands-Indië hadden, zei mijn vader tot op hoge leeftijd: ‘Wat hebben wij geluk gehad’. Iedereen van onze familie had het overleefd, ondanks dat ooms in de mijnen en aan de spoorwegen moesten werken. Dat ik in Indië ben opgegroeid, heeft, denk ik, mijn blik op de wereld verruimd. Misschien is dat ook wel de reden dat ik mij inzet voor ‘The Hunger project’. Hiermee krijgt de lokale bevolking uit landen zoals Afrika, India en Bangladesh handvatten aangereikt om problemen die armoede veroorzaken tegen te gaan. Ze weten zelf heel goed wat er moet gebeuren, maar zijn vaak niet staat iets te doen door de positie waarin ze verkeren. Deze aanpak staat lijnrecht tegenover wat vroeger in de koloniën gebeurde. Ik hoor mijn vader nog zeggen: ‘Het was óns Indië. We hebben er zoveel moois gebracht: de scholen, de wegen, de ziekenhuizen.’ In zijn beleving was dat zo. We denken daar nu heel anders over. Vandaar dat ik blij ben dat ik via ‘The Hunger project’ mijn steentje kan bijdragen.”

4 gedachten over “‘Indië heeft mijn blik op de wereld verruimd’

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: